Prof. Dr. M.M. Lavrentev, N.N. Averko, I.A. Eganova
Verslagen van de Academie van Wetenschappen, 1993, Vol. 329, №4

D
it werk ontstond als resultaat van waarnemingen van de dynamica van fysiologische processen in het menselijk lichaam tijdens het normaliseren van de uitwendige ademhaling. Onderzoeken op dit gebied zijn van groot belang voor de ontwikkeling van de fundamentele voorstellingen in de fysiologie, vooral over de rol van de ademhaling als de voornaamste bron van de vermindering van entropie in levende systemen. Het doel van deze onderzoeken is het creëren van een adequaat mathematisch model van het regelen van de levensbelangrijke functies die de homeostase van het lichaam voorzien.

Prof or Lavrentev
De aandacht voor het onderwerp “alveolaire hyperventilatie” neemt wereldwijd toe. Er verschijnen steeds meer artikelen en monografieën over de invloed van hyperventilatie op de ontwikkeling van diverse pathologische processen. Het positieve effect van het opheffen van hyperventilatie was voor het eerst in het begin van de 60-er jaren in de medisch-biologische werken van de Siberische Afdeling van de Sovjet Academie van de wetenschappen (laboratorium van K.P. Buteyko) verkondigd. De fundamentele rol van hyperventilatie was gedemonstreerd bij onderzoeken met speciale meetapparatuur die tegelijkertijd de dynamica van diverse criteria van het ademhalingssysteem, het systeem van hart en bloedvaten en andere lichaamssystemen registreerde. Door K.P. Buteyko was toen al de methode gepresenteerd die de door hyperventilatie ontstane storingen in het lichaam laat opheffen – octrooien №1067640 en №1593627.

russchische revolutie van gezondheid
De weredwijd groeiende aandacht voor het onderwerp “hyperventilatie” wordt gericht op slechts een deel van het probleem, namelijk de diverse storingen in de functionele systemen van het lichaam als gevolg van hyperventilatie. Het tweede deel van het probleem, het opheffen van hyperventilatie en het bestuderen van de dynamica van processen die daarmee gepaard gaan, wordt nog nauwelijks besproken. Een boek over het werk van K.P. Buteyko dat zijn methode als de Russische revolutie van gezondheid heeft genoemd (auteur: Ture Wallen), is hier een uitzondering. Juist dit tweede deel van het probleem vormde het object van ons onderzoek: het bestuderen van reinigingsreacties die ontstaan als het gevolg van het opheffen van hyperventilatie. Dit onderwerp was ons aangeboden door het Staatscommitee van Wetenschap en Techiek. Het onderzoek was uitgevoerd in samenwerking met medici en matematici. De voornaamste pathologie die wij analyseerden, was suikerdiabetes, vooral de insulineafhankelijke vorm.

De eerste onderzoeken van de standaarde biochemische criteria demonstreerden de invloed van hyperventilatie op het totaal cholesterol in het bloed. Het rekenkundig gemiddelde (de suikerpatiënten die het totaal cholesterol hoger dan 7 mmol/ltr hadden) van 8,08 ± 0,79 mmol/ltr daalde binnen een maand sinds het begin van het opheffen van hyperventilatie tot 6,66 ± 0,59 mmol/ltr bij 5% significatieniveau, bepaald volgens het criterium van Student (P ≥ 0,95). De dispersie van de sampling distribution nam af van 0,118 tot 0,66.

Rekening houdend met het regime van de onderzoeken en het specifieke van de experimenten wordt toegegeven dat deze gegevens de resultaten bevestigen die eerder in 1965 in het laboratorium van K.P.Buteyko waren verkregen: er was een daling geconstateerd van het totaal cholesterolniveau van 240 tot 180 mg-% bij stijging van kooldioxide in de longblaasjes van 5,5 tot 6,1% bij 0,1% significatieniveau, bepaald volgens het criterium van Student (P ≥ 0,999).

Deze veranderingen gingen samen met algemene positieve dynamica. De gemiddelde sampling distribution van de insuline dosis daalde probleemloos (zonder enkele negatieve gevolgen) van 54,77 ± 10,58 eenheden tot 36,59 ± 6,82 eenheden (P ≥ 0,95); de suikerspiegel in het bloed daalde gemiddeld met 16%, de doses van medicijnen tegen samengaande aandoeningen waren tot 3 à 4 maal verminderd tot volkomen ophouden met medicijnengebruik.

De gegevens over het totale cholesterol zijn in overeenstemming met de objectieve veranderingen in de bloedvaten waargenomen in de oogbodem. De positieve dynamica was vastgesteld in 67% van de gevallen, de verbetering van visus van 0,1 tot 0,4 was in 58% van de gevallen, de daling van de intra-oculaire druk met 3 tot 5 mmHg in 58% van de gevallen, de oplossing van bloedstollingen was bij 5 van de 7 patiënten waargenomen en er waren nog enkele gevallen geconstateerd van de verdwijning van micro-anevrisme en oedeem van het netvlies.

Deze gegevens betreffende het cholesterolgehalte in het bloed bij het opheffen van hyperventilatie bevestigen de resultaten van de onderzoeken van K.P. Buteyko. De expertise in het Instituut van pathologie van bloedsomloop van het Ministerie van Volksgezondheid van de Russische Federatie betreffende de lange termijn gevolgen van het opheffen van hyperventilatie laat de pathogenetische verklaring zien voor het ontstaan van atherosclerotische processen.

Hyperventilatie gaat gepaard met bovenmatige uitscheiding van CO
2, de ontwikkeling van hypocapnia en de wezenlijke veranderingen van metabolisme die zich in gas-alkalose en metabolische acidose uiten. De verandering van de voornaamste constanten van homeostase veroorzaakt diverse klinische storingen in de organen en systemen van het lichaam: in het systeem van hart en bloedvaten, het spijsverteringssysteem, het urogenitalsysteem, in de systemen van centrale en periferische zenuwstelsel en in de spieren. De hyperventilatie verhoogt de opwinding van de weefsels en dit leidt tot verkramping van de spieren en tot langdurige vasoconstrictie (vernauwing van de bloedvaten).

In de toestand van gas-alkalose verschuift de zuurstof-hemoglobine-dissociatiecurve naar de linkerkant (effect van Bohr). Dit samen met de vernauwing van bloedvaten leidt tot hypoxia van organen en weefsels. Hier hoort de hypoxische theorie van het ontstaan van sclerose genoemd te worden die door W.C. Hueper in 1944 was gepresenteerd. Het hyperventilatiesyndroom dat op zich al in feite langdurige stress is, bevordert de endogene activering van catecholamines en verergert daardoor de stress die de bron vormt van de neurogene hyperactiviteit. Als resultaat ontstaat een vicieuze cirkel die de ademhalingsverstoring en de hypoxia chronisch maakt. Het hoge gehalte van de catecholamines verhoogt het zuurstoftekort in de weefsels en verergert daarom de door hypoxie veroorzaakte storingen. De verhoogde productie van catecholamines geeft een vet-mobiliserend effect, bevordert de activiteit van lipasen en peroxidatie, verhoogt het gehalte van vrije vetzuren in het bloed en atherogene fracties van lipoproteides. De coëfficiënt van de vasoconstrictie-vasodilatie-schakel van het prostanoidensysteem neemt toe. De pro-aggregatie en vasoconstrictie worden versterkt door tromboxaan en leucotriënen. Het gehalte van prostacyclines die de optimale bloedstroom en de anti-trombogene verhouding tussen de endotheel en de vaatwand voorzien, daalt (werken van N.A.Pavlov en I.K.Sluzevskaya).

Een van de initiërende factoren van de toename van het tromboxaangehalte is het hoge gehalte van immuuncomplexen, dat trombocyten activeert en de verandering van de vaatwand vormt (werken van A.N.Klimov). De activering van
het humorale systeem veroorzaakt de activering van het trypsine-kinine systeem en leidt tot beschadiging van de elastische vezels van intima en de vermindering van doordringbaarheid van de endotheel-barrière (werken van O.G.Ogloblina). Deze verschijnselen samen met de voor hypocapnia kenmerkende verstoring van biosynthese van vetten (werken van M.F.Gooliy) leiden tot focale accumulatie van lipiden, complexe koolhydraten, bloedcomponenten, calcium in de intima en de tunica media van de beschadigde arterie. Dit bij elkaar creëert de patho-morfologische grondslag van atherosclerose.

De volgende onderzoeken naar dit principe van de ontwikkeling van atherosclerose moeten worden gedaan bij de complexe (fysiologische, biochemische, immunologische etc.) bestudering van de dynamica van de bijbehorende criteria tijdens het proces van het opheffen van hyperventilatie. Het doel van deze onderzoeken is het vaststellen van de op statistieken gebaseerde verhoudingen tussen de criteria van de uitwendige ademhaling en de criteria van dit pathologische proces. De bestudering van de reinigingsreacties tijdens het opheffen van hyperventilatie zal ongetwijfeld nieuwe gegevens opleveren over de homeostase van het lichaam in het geheel.

De auteurs tonen hun dankbaarheid aan prof. K.P. Buteyko voor het consult en de aanwijzingen.