Snurken is een groot probleem. De rochelende geluiden die de snurkende mens produceert, maken niet alleen maar zijn naasten in het bed, in de kamer en in het huis radeloos, maar zijn ook een signaal van ‘storingen’ in het lichaam. Mensen die gedurende een lange periode snurken, hebben een grote kans om serieuze gezondheidsklachten te ontwikkelen.

Een snurkend mens slaapt onrustig en daardoor kan hij niet goed uitslapen. Het snurken leidt vaak tot periodiek stoppen van het ademhalen, de zogenaamde slaap-apneu. Het is vastgesteld dat snurkende mensen, vaak al op jonge leeftijd, een te hoge bloeddruk en andere aandoeningen van bloedvaten verkrijgen.
Meer dan 30% van de volwassenen snurkt. Specialisten creëren diverse methoden om dit probleem te bestrijden. Soms wordt de aanpak zeer exotisch, zoals een Amerikaanse elektroshock armband of een ‘slim’ Zweeds bed met het hoofddeel dat omhoog gaat, zodra de mens begint te snurken. Er worden ook meer radicale methode toegepast zoals een operatieve ingreep met het doel om de vorm van het verhemelte te veranderen. Maar al deze verschillende middelen werken slechts als symptoombestrijding en bieden alleen maar een tijdelijke oplossing. “Dit gebeurt omdat de echte oorzaak van snurken en slaap-apneu niet begrepen is”, zegt de fysioloog en arts Konstantin Buteyko, die decennia lang de ademhaling van de mens heeft bestudeerd.

Waarom begint men te snurken?

Snurken kan opgelost worden
Dit is heel simpel. Wanneer de mens slaapt en voornamelijk wanneer hij op de rug ligt, wordt zijn ademhaling dieper, vooral als zijn mond open gaat. Dit is hyperventilatie. De hyperventilatie (of met andere woorden diepe ademhaling) tijdens het slapen brengt zachte weefsels van het verhemelte in beweging, onze bovenluchtwegen opzwellen in een poging de hyperventilatie tegen te houden en als resultaat horen wij dan verschrikkelijke geluiden. Te veel eten, roken, het nuttigen van alcohol, een muffe lucht in de slaapkamer maken de hyperventilatie nog sterker.
Er bestaan ook mensen die op de rug slapen en toch niet snurken. Dit betekent dat zij niet diep ademen en geen hyperventilatie hebben. Sommige mensen snuiven slechts, dit betekent dat hun mate van hyperventilatie nog niet zo erg is.

Wat is apneu?
Het einddoel van ons gehele ademhalingssysteem is het verzorgen van het normale gehalte aan zuurstof en koolzuurgas (CO2) in de cellen en de weefsels. Met ons bewustzijn kunnen wij de ademhaling nauwelijks beinvloeden. Bijvoorbeeld je kunt proberen diep en frequent adem te halen, maar al snel word je hierdoor duizelig. Als je doorzet en gedurende een paar minuten bovenmatig je longen ventileert, kun je zelfs flauwvallen, de ademhaling stopt vanzelf en deze stilstand van de ademhaling heet "apneu".

Waarschijnlijk heb je zelf ooit waargenomen hoe de diep-ademende mens slaapt: de diepte en geluidssterkte van ademen neemt geleidelijk aan toe tot na een zekere tijd de ademhaling van de slapende stopt. Dit oponthoud van de ademhaling kan een paar minuten duren, achteraf volgt een snik en de ademhaling begint opnieuw tot het volgende oponthoud van de ademhaling. Zo’n periodieke stagnatie van de ademhaling tijdens het slapen heet "slaap-apneu".

Diepe ademhaling verslechtert de zuurstofvoorziening
Het klinkt voor sommigen in het begin misschien raar, maar bovenmatige longventilatie verslechtert de zuurstofopname van onze weefsels en cellen. Iedereen weet dat zuurstof de bron van onze levensenergie is en dat wij deze stof uit de lucht halen. Als wij lucht inademen, komt de zuurstof eerst in onze longen en vervolgens in ons bloed. Er wordt slechts een beetje zuurstof in ons bloedplasma opgelost, dit is niet voldoende voor ons, de zuurstof die wij inademen wordt voornamelijk aan hemoglobine in ons bloed gehecht en door de hemoglobine wordt de zuurstof naar onze cellen getransporteerd. Daar komt de zuurstof van hemoglobine los om in onze cellen terecht te komen, maar dit gebeurt alleen als er in ons bloed voldoende koolzuur is. Dit heet in de fysiologie “effect van Bohr”.

Zelfs als je heel zachtjes ademt, is de hemoglobine van het bloed al maximaal met zuurstof verzadigd. Je kunt drie keer dieper ademhalen of tien keer dieper ademhalen, er komt geen extra zuurstof in je hemoglobine: vol is vol. Echter door de bovenmatige longventilatie daalt CO2 in ons bloed en als gevolg daarvan
verslechtert de zuurstofvoorziening van je cellen, je hart, nieren en hersenen. Daarom hoe meer men ademhaalt, des te meer men een tekort aan lucht voelt en des te meer men wil ademen.

Als CO2 in de longblaasjes niet meteen, maar geleidelijk aan daalt, dat heet chronische hyperventilatie, bouwt het lichaam diverse systemen op die het CO2-peil toch op het
voor het leven noodzakelijke niveau houden: er ontstaat vernauwing van luchtwegen en vernauwing van de bloedvaten waardoor het CO2-gehalte weer stijgt. Maar deze vernauwing van kanalen van de zuurstofvoorziening leidt tot nog meer zuurstoftekort. Men komt dus in de vicieuze cirkel van hyperventilatie terecht. Zonder dat te beseffen, ademt men dag en nacht intensief, alsof men aan het rennen is. (En als men moet rennen of zich lichamelijk inspannen, wordt men al snel kortademig).


Hoe ontstaat slaap-apneu?
Iemand heeft dus chronische hyperventilatie. Hij beseft dit niet, want de ademhaling gaat vanzelf. Hij begrijpt niet waarom hij zich zo moe voelt (en dit gebeurt namelijk omdat de zuurstofopname is verslechterd), hij begrijpt niet waarom hij zo prikkelbaar is (en dit gebeurt namelijk omdat CO2 een kalmerende stof is). Hij heeft een chronisch tekort aan CO2. Zolang hij in de loop van de dag beweegt of zit, is de productie van CO2 door de werkende spieren hoger. Als hij in bed gaat liggen, daalt de productie van CO2. De ademhaling ’s nachts wordt bij deze mensen nog dieper. Daarom slapen hyperventilerende mensen slecht en voelen zich ’s ochtends vermoeider dan ’s avonds voordat zij naar bed gingen.

Als de chronisch hyperventilerende mens in slaap valt, wordt zijn ademhaling zelfs hoorbaar of begint hij te snurken. Hoe dieper de ademhaling is, des te meer daalt het CO2-gehalte en des te slechter
wordt de zuurstofvoorziening van de weefsels en organen. Door dit tekort aan zuurstof wordt de ademhaling steeds dieper en dieper en op een zeker moment, wanneer het CO2-peil tot een levensgevaarlijk niveau daalt, ontstaat apneu. Door apneu, omdat je niet ademt, begint het CO2-peil te stijgen en als dit weer gestegen is, begin je weer te ademen. De oorzaak van zowel centrale als obstructieve slaap-apneu is hyperventilatie.


Buteyko biedt de oplossing
Dr. Buteyko heeft een methode ontwikkeld die de symptomen van hyperventilatie laat opheffen en vervolgens je ademhaling normaliseert, zodat deze ook ’s nachts automatisch rustig wordt. Tijdens de Buteyko-cursus word je al op de eerste les geadviseerd om met de mond dicht te gaan slapen, niet op de rug en een verband te dragen om het beneden deel van de ribben. Het verband moet niet te strak zijn, maar "prettig strak". Voor sommige mensen is dit al voldoende om vanaf de eerste nacht niet meer te snurken en geen apneu meer te hebben. Voor de meeste mensen is er echter meer tijd nodig om te herstellen. Naarmate de ademhaling door de Buteyko-training wordt genormaliseerd, verschijnt apneu steeds minder. Men slaapt steeds beter en wordt steeds fitter en energieker.